walnoot

Preventieve anti-mug in mei

Een heerlijk duurloopje, dat was het beslist, vorige week in Twekkelo onder leiding van Gerrit Wolffer. Reuze gezellig en lekker koel in de bossen. Helaas waren wij daar niet alleen in die bossen van landgoed het Stroot. De zielen van overledenen konden het niet zijn want de plannen voor de natuurbegraafplaats aldaar, liggen nog op de tekentafel. Het gezoem bleek afkomstig van muggen in grote aantallen. In een eerder artikeltje schreef ik al over het nut van smalle weegbreezalf bij het behandelen van de muggenbulten. Dit keer iets over de preventie.
De walnoot, Juglans regia, staat vaak op een boerenerf. Al sinds de Romeinse tijden omdat de boom als geluksbrenger wordt gezien. Er was ook een vuurorakel: de verloofden gooiden een walnoot in het vuur om te kijken hoe hun huwelijk zou gaan worden. Brandden de noten rustig dan zou het huwelijk ook rustig en gelukkig zijn. Kraakten ze tijdens het branden dan zou er heel wat gekrakeel zijn in het huwelijk.
In zowel de winter als de zomer gaat er een enorme rust uit van de walnoot en bij warm weer zit je nergens zo goed als onder een grote walnootboom. Dat komt ook omdat de geur van de bladeren muggen op afstand houdt. De geplette bladeren hebben door hun gehalte aan Juglon een insecten drijvende, herbicide en pesticide werking. Vroeger hingen mensen daarom notenbladeren aan de kinderwieg. Het nadeel van de geur is dat er moeilijk andere planten in de buurt groeien.
Zo ongeveer alles van de boom kan gebruikt worden. Na de eerste Wereldoorlog waren er een stuk minder walnootbomen in Europa omdat het hout gebruikt werd voor het maken van de geweerkolven. Het sap wordt gebruikt als zoetmiddel, van de onrijpe vruchten wordt een Franse “Brou de noix” gemaakt, de groene vruchtenschillen worden als bittermiddel gebruikt in de likeurindustrie of bij het maken van port. De olie wordt gebruikt (cholesterolverlagend!) in de vinaigrette en de noten in de salade en taarten. De bloesem wordt gebruikt in de Bachtherapie en de kruidengeneeskunde gebruikt het blad en de groene noot. Uitwendig tegen eczeem en inwendig bij darm- en lymfe problemen en Pfeiffer.
Tijdens een regenachtige zondag zijn wij eens als gezin met z’n viertjes plus oma bezig geweest om zelf olie te malen. Na een hele dag ploeteren, noten kraken en malen hadden we de score van 300 ml olie en een giga-berg afval en zooi. Het was leuker dan een dag Monopoly spelen maar een echte toffe hobby is het niet geworden.
Maar goed, alle wijsheid op de rij en wat is nu de conclusie van dit stukje? Walnootolie met citronella en eucalyptus doet het als muggenolie zonder DEET heel aardig. Het is nog huid verzorgend ook. Binnenkort uitproberen op de maandagavond. Wie rent mee als proefkonijn?

 

schietwilg

November souplesse
Er zijn mensen die beweren dat je soepel wordt van de bootcamp training van Nico op dinsdagavond. Misschien is dat wel zo maar de dag na de training voelt dat mij vaak niet zo. Op de een of andere manier krijgt Nico het voor elkaar om iedere week weer een compleet andere training in elkaar te draaien die maakt dat er steeds weer andere spieren wakker moeten worden die, tot die avond, een slapend bestaan leidden. Het protest van die spieren is heftig, vooral de volgende ochtend, als je je bed uit moet. Dat voelt vaak niet soepel.

Gelukkig ken ik nog wat kruidenmiddeltjes. Zo is er de Schietwilg. In het Latijn de Salix alba. Alba betekent wit en duidt op het licht zilverachtige blad. Kenmerkend van alle wilgensoorten is dat ze op vochtrijke plaatsen groeien, bloeien met katjes, zich verspreiden met pluisvormend zaad en dat ze zeer makkelijk wortelschieten. Uit een afgesneden twijg die je in de grond steek, groeit zo een hele boom. Het jonge hout is zeer soepel en buigzaam en wordt gebruikt voor het vlechten van bijvoorbeeld manden. Die soepelheid kunnen wij als mensen na een bootcamp training ook gebruiken!

De Schietwilg, onze bekende knotwilg, werkt vooral op de vochthuishouding; ze reinigt het bloed, drijft urinezuren uit, stimuleert de nieren en voert overtollig vocht af. De stof salicine, die voornamelijk in de bast voorkomt wordt in het lichaam omgezet tot salicylzuur. Dit werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en bloed verdunnend. Neem het daarom niet als je al bloedverdunners gebruikt! Samen met de vitamine C, kalium en calcium maakt het de wilg tot een zeer goed middel bij acute ontstekingen, koorts, reuma en spierpijn. Wist je dat het salicine aan de basis heeft gestaan voor de ontwikkeling van de aspirine? Naast deze eigenschappen heeft de wilg een verkoelende en rustgevende werking. Denk maar eens aan de verkoeling en rust die je ervaart als je in de schaduw van de boom langs een watertje zit. Ze kalmeert het zenuwstelsel van de oververmoeide en te gespannen mens. Ideaal dus voor de woensdag na de dinsdagavond er voor, de wilg geeft je soepelheid. Of kregen we dat nou door de training??

Tip: kauwen op een stukje schors of op een dun takje van de schietwilg geeft direct verlichting bij hoofdpijn.

 

honingmassage

Januari en honing

Wij rennen onze rondjes over een vernieuwde zachte sintelbaan, de bijen zijn in winterrust, klaar met ‘rennen en vliegen’ en genieten van hun rust in de kast. Wist je dat bijen voor één kilo honing tussen de 40.000 en 50.000 kilometer afleggen? Da’s een rondje om de aarde! Misschien een leuk nieuw doel voor een sportieve RST-er?

Sinds een half jaartje geef ik naast kruidenadviezen ook honingmassages. Je vraagt je misschien af waarom je honing op je lijf zou willen smeren: zoete smurrie die pikt als de ziekte. Natuurgeneeskundig gezien is het een prachtig natuurproduct is dat de huid reinigt en regenereert, antibacterieel en ontstekingsremmend werkt, vocht inbrengt, pijnstillend is en lekker ruikt. Gebruik je honing bij een massage dan maak je extra gebruik van de kleverigheid. Je trekt een deel van de afvalstoffen uit het lijf en door de doorbloeding in de huid te stimuleren geef je de zelf-reinigende werking van het lichaam een zetje.

Griekse en Romeinse soldaten droegen trouwens altijd honing bij zich om strijdwonden mee te behandelen. Of het nu ging om snijwonden, steekwonden, schaafwonden of brandwonden, honing of soms honing met propolis werden ingezet bij alle soorten wonden. Honing stond er toen al om bekend dat het wonden sneller en met minder complicaties kan genezen. Tegenwoordig kun je steriele producten met honing kopen speciaal voor (brand)wondverzorging. Maar je kunt natuurlijk ook zelf aan de slag gaan door honing puur of verdund op een wond te doen. Om een branderig gevoel te vermijden kun je bij grote wonden verdunnen (1 op 1) met een fysiologische zoutoplossing of een plantaardige olie. Breng de (verdunde) honing in een dikke laag aan en dek af met steriel gaas of verband. Vervang 2 tot 4 keer per dag.

Een heel ander recept met honing wat in deze griep-tijd effectief kan zijn: een hoestsiroop van twee uien en een half kopje honing. Snij de uien in hele dunne plakken. Druppel de honing er over heen en laat staan tot het vocht uit de uien is getrokken en zich met de honing heeft vermengd. Vang het vocht op en bewaar in de koelkast. Neem naar behoefte een theelepel.

Wil je zelf ervaren hoe lekker honing op je huid kan zijn? Kom een keertje langs. Dan vertel ik je meer over honing en andere bijenproducten. Of spreek me een keer aan terwijl ik m’n rondjes over de UT track ren.

 

smalle-weegbree

 

Augustus en muggen

In augustus kun je er nog flink van profiteren: het langere licht waardoor je heerlijk in de bossen kunt rennen! Er is dan wel een probleem: de muggen! Ze zijn er dit jaar in grote aantallen en weten je direct te vinden zodra je stil gaat staan. Het beste advies is natuurlijk om in beweging te blijven maar als je toch geprikt bent biedt smalle weegbee uitkomst. Het is bewezen effectief.

Tijdens het rennen, (nordic) wandelen en fietsen zie je de weegbree in de smalle en brede variant. De Latijnse naam is Plantago lanceolata. De indianen noemden de plant “de voetzool van de blanke man” omdat hij aan wal is gebracht door immigranten die het zaad van de plant nog onder hun voetzolen geplakt hadden zitten. Onbewust brachten ze daarmee een eigen medicijn mee waarmee ze zich in hun nieuwe omgeving konden handhaven. Het is namelijk een goed EHBO-kruid, bloedstelpend, pijnstillend, wondhelend en direct vers op een wond te gebruiken. Inwendig is het een goed ‘anti-bioticum’ bij bijvoorbeeld een oorontsteking.

Pluk al wandelend, tijdens een korte pauze, de zaadjes van de brede weegbree en eet ze direct op. Ze bevatten veel mineralen en zijn een goede opbouwer voor het hele gestel. Zoek je een weegbree-oppepper in culinaire variant dan bak je pannenkoeken. Maak een beslag van twee handjes fijngesneden weegbree blad, eventueel een handje vlierbloesem of brandnetelblad, met 250 gram (spelt)bloem, een halve liter melk, twee eieren en een mespuntje (zee)zout. Bak er de pannenkoeken van. Ter versterking van de werking doe je er vlierbessensiroop of -jam op.

Alweer geprikt? Een tubetje smalle weegbree-zalf kun je bij mij verkrijgen. Als je liever zelf gaat knutselen kom je een keer langs voor een workshop.

 

Januari: anti-griepine nodig?

De griepgolf gaat weer door het land; als je zelf nog niet omgevallen bent dan doet je omgeving dat wel. Het is tijd om je te wapenen! De vlier biedt uitkomst. Ik heb het dan over de gewone vlier, de Sambucus nigra, die kan uitgroeien tot een kleine boom. Verwar hem niet met de kruidvlier die groeit als een klein blijvende struik en elk jaar afsterft. Alle delen van de kruidvlier zijn giftig.

De gewone vlier werd vroeger vlakbij de boerderijen aangeplant, het liefst onder het keukenraam, omdat de struik bescherming zou bieden tegen kwade geesten, vliegen en ongedierte. Bovendien bevat de vlier een scala aan inhoud stoffen en dat betekent ook een scala aan geneeskracht. Uit respect nam men zijn hoed voor hem af en noemde hem de ‘apotheek’. Alles kan gebruikt worden; bast, blad, bloem en bes. Van de bloesem kun je thee zetten, siroop, pannenkoekjes en wijn maken. De bessen kun je (gekookt in verband met blauwzuur) gebruiken in jam, siroop en wijn. De jonge blaadjes gaan in de thee.

Het verhaal gaat dat we de gezondheid van de vlier te danken hebben aan vrouw Holle. Vrouw Holle, de godin van leven en dood die haar naam o.a. gaf aan de onderwereld. Lang geleden was ze in de kersttijd op weg naar mensen. Ze liep over een met sneeuw bedekte heide en hoorde de dieren slapen en het sap in de planten stromen. Ze voorvoelde het voorjaar. Toen kwam ze een houterige kale struik tegen, de vlier. Die klaagde dat hij zich zo onnodig voelde. Zelfs als brandhout wilden de mensen hem niet. Vrouw Holle raakte ontroerd door zijn jammerklachten en zei: “Van nu af aan ben je mijn stuik. Vlier zul je heten en de mensen zullen mij kennen als Vliermoedertje.” Vervolgens gaf ze de struik een genezende bast, sneeuwwitte bloesem en bloedrood vruchtensap. De mensen ontdekten al snel deze eigenschappen en plantten de vlier, die ze vroeger hadden versmaad, in hun tuinen en op hun erven. In elk dorp groeide er een bij de bakoven. De zieken dronken het sap, de kinderen speelden in zijn schaduw en de bloesem geurde zoet.

Concreet werkt de vlier weerstand verhogend en versterkend, zuiverend en ontsmettend bij allerlei ontstekingen. Het stimuleert de nieren en is vocht afdrijvend, reguleert de koorts en is goed bij griep, keelontsteking en verkoudheid. De ideale anti-griepine!

 

kastanjes2

Oktober: kastanje in’ tuk, brengt geluk.

Ze liggen weer met tientallen voor het oprapen: de mooie glanzend glimmende kastanjes. Ieder jaar rond deze tijd voel je je weer kind worden bij het zien van zoveel moois. Het Twentse spreekwoord geeft aan dat je geluk aantrekt als je een kastanje bij je draagt. Het gaat dan om de paardenkastanje. De Aesculus hippocastanum of Sapindaceae hippocastanum. De laatste Latijnse naam geeft weer wat de belangrijkste inhoudsstof is van deze kastanje: het gaat om de zeepstoffen. Vandaar dat het nog wel eens glad kan worden onder de kastanjeboom in de herfst. De doorgekweekte soorten kastanjebomen bevatten vaak minder zeepstoffen en zijn daarom minder geneeskrachtig.

De zeepstoffen zorgen voor een betere doorbloeding in de aderlijke vaten. Ze helpen bijvoorbeeld bij carpaal tunnelsyndroom, spataderen, aambeien, nachtelijke spierkrampen in de benen, winterhanden en wintervoeten, stijve gewrichten, reuma en jicht. Al een half uur na inname merk je effect. Wil je het innemen dan is tinctuur de beste optie, thee gaat schuimen. En soms kun je beter uitwendig smeren: neem dan een zachte kastanjezalf.

Vroeger werd er zeeppoeder gemaakt van gepelde, gedroogde en fijngemaakte kastanjes. Een lepel poeder voor een kookwas van 5 kilo.

 

lavandula-angustifolia-hidcote-1

Juli: de lavendel bloeit!
Er zijn veel verschillende soorten lavendel. Twee soorten (Lavandula angustifolia en de Lavandula latifolia) worden medicinaal gebruikt maar met met veel andere soorten kun je prima aan de slag. Hoofdzaak is dat ze geuren.  Geuren houden herinneringen vast en werken via het centraal zenuwstelsel. De geur van lavendel bepaalt voor een groot deel zijn werking. Het wordt gebruikt bij ‘hoofd’klachten zoals hoofdpijn of slapeloosheid omdat je te veel moest denken of studeren. Het helpt je beter te concentreren, het ontspant en werkt licht verdovend. Ook als je hoofdpijn hebt door te veel zon is lavendel een goed kruid. Uitwendig in olie of zalf werkt het tegen zonne-allergie, brandwonden, verbrandingsklachten (door de zon) en stijve spieren in schouders en nek.

Lavendel komt oorspronkelijk uit India, de Canarische eilanden en de Mediterrane streek. De Romeinen gebruikten het al in hun badwater. Vandaar de naamgeving: het Latijnse woord ‘lavare’ betekent wassen. Wij gebruiken het nu nog steeds in zeep en lotions.

Maak geurkussentjes van de bloemetjes in het begin van de bloei. Die kussentjes kun je ook in je kledingkast hangen tegen de motten. De etherische olie die in Frankrijk in de Provence wordt gemaakt is heerlijk om toe te passen in massage olie of om te druppelen op je hoofdkussen. Niet geneeskrachtig maar wel lekker is het om de bloemetjes zonder steeltjes te gebruiken in koekjes, cake en thee. Je kunt het ook toevoegen aan je Provençaalse kruidenmix. Bij deze toepassingen geldt wel: less is more. Gebruik het met beleid en niet teveel.

Recept voor koekjes met lavendel:
100 gram boter (op kamertemperatuur), 50 gram basterd suiker, 175 gram zelfrijzend bakmeel, 2 eetlepels klein gesneden lavendelblaadjes, 1 theelepel verse lavendel bloemetjes (afgerist van het steeltje). Klop de suiker en de boter tot ze zacht en licht van kleur zijn. Voeg het zelfrijzend bakmeel en de lavendel blaadjes toe. Kneed tot een mooi deeg. Rol uit over een oppervlak met bloem. Strooi de bloemetjes erover en druk ze er licht in. Snijd met vormpjes. Plaats op bakpapier op bakplaat. Bak op 230 graden Celsius gedurende 10 tot 12 minuten. Haal ze uit de oven om af te laten koelen.

 

powered by collook
Terug naar boven